prince

Prince


Prince
Prince Rogers Nelson, beter bekend onder zijn artiestennaam Prince [Minneapolis, 7 juni 1958 – Chanhassen, 21 april 2016], was een Amerikaans popartiest in de funk- en rocktraditie. Naast zanger, componist, gitarist, toetsenist en bassist was hij danser, platenproducer, filmregisseur en acteur. Prince stond bekend als een zeer productieve workaholic en een vernieuwer in de popmuziek. Hij verkocht bij leven meer dan honderdvijftig miljoen singles en albums, won zeven Grammy Awards, een Oscar voor het lied Purple Rain en een Golden Globe. Veelgebruikte bijnamen zijn His Royal Badness [Zijne Koninklijke Slechtheid], een verwijzing naar zijn seksueel getinte teksten, en Minneapolis Midget [dwerg uit Minneapolis, een verwijzing naar zijn geboorteplaats en zijn lengte van 1 meter 58]

Jeugdjaren
Prince werd geboren in Minneapolis, de grootste stad van de Amerikaanse staat Minnesota, in het plaatselijke Mount Sinaï Hospital, als zoon van Mattie Shaw en de zestien jaar oudere John L. Nelson. Zijn beide ouders waren van Afro-Amerikaanse afkomst en kwamen in de jaren vijftig vanuit Louisiana naar Minnesota. Zijn vader was de bandleider en pianist van een lokaal jazzcombo, het Prince Rogers Trio, vernoemd naar zijn podiumnaam Prince Roger. Prince werd vernoemd naar dit combo. Zijn moeder was tijdelijk zangeres in dit combo, waar de ouders elkaar ontmoetten.

Naar eigen zeggen had Prince een moeilijke en armoedige jeugd. Op zijn vijfde zijn zijn ouders gescheiden en kort daarna trok zijn stiefvader bij het gezin in, dat verder bestond uit Prince’ enige volle zus, Tika Evene [Tyka] Nelson, en zijn halfbroer Alfred. Als jongen werd hij Skipper genoemd.

Op zijn zevende leerde Prince zichzelf spelen op de piano die zijn vader achterliet. Het eerste nummer dat hij kon spelen was de beginmelodie van de televisieserie Batman. Hij leerde de jaren daarna meer instrumenten bespelen, zoals gitaar en drums. Op de middelbare school was hij een graag geziene leerling tijdens de muzieklessen en een opmerkelijke basketballer in het schoolteam. Met onder anderen zijn jeugdvriend André Anderson, die later bekend werd als André Cymone, richtte hij de schoolbandjes Grand Central en Champaine op. In die tijd woonde hij in bij de familie Anderson. Met intensief oefenen in de kelder van het huis legde Prince daar het fundament voor zijn latere muzikale carrière.

Carrière

1976-1981: de beginjaren
Tussen december 1975 en februari 1979 deed Prince mee aan repetities van de gelegenheidsband 94 East. Opnamen van deze sessies zijn in verschillende vorm uitgebracht nadat Prince beroemd was geworden. Rond dezelfde tijd was Prince aan de bak gekomen in de studio’s van de plaatselijke Chris Moon, de Moonstudios. Hier nam hij zijn eerste solodemo’s op die hij aan verschillende platenmaatschappijen probeerde te slijten. Na onder andere afgewezen te zijn door Atlantic Records, lukte het met behulp van manager Owen Husney een platencontract te krijgen bij Warner Brothers. Een voor zijn leeftijd [19] uniek contract voor drie albums voor een budget van 180.000 dollar, dat hem in staat stelde om zijn eigen werk mede te produceren.

In april 1978 kwam zijn eerste soloplaat uit, getiteld For You. Hij speelde op dit debuutalbum alle instrumenten zelf en hij was op één nummer na verantwoordelijk voor alle composities. Zijn eerste hitje Soft and Wet, dat hij samen met Chris Moon had gecomponeerd, behaalde nummer 92 in de Amerikaanse Billboard Hot 100. Hij klonk en werd onthaald als een soort nieuwe Stevie Wonder, vooral door de softe en gepolijste sound die op For You te horen was.

Nadat Prince met For You vrijwel zijn hele budget had opgemaakt, kwam hij in oktober 1979 met het ruigere lowbudgetalbum Prince uit. Het nummer I Wanna Be Your Lover werd zijn eerste Amerikaanse hit [nummer 11] en met nummers zoals Bambi en I Feel For You kwam hij ook met zijn eerste klassiekers. Het album zelf deed het ook goed: het bereikte nummer 22 in de Billboard 200.

Begin 1980 begon hij voor het eerst te toeren in het voorprogramma van Rick James. Zijn podiumact bleek niet overeen te komen met het lieve Stevie Wonder-achtige imago dat hij vooral op For You liet horen. Het geluid was ruiger en hoekiger en Prince was duidelijk meer in een seksueel getinte stemming. Dit bleek vooral een opmaat naar zijn volgende album.

In oktober 1980 kwam zijn derde album uit onder de titel Dirty Mind en was feitelijk een set demo’s. Prince had zijn geluid drastisch gewijzigd in een soort mengelmoes van funk en new wave, en zijn teksten waren voor die tijd bijzonder seksueel getint. Deze wijziging bracht hem een volledig nieuwe schare fans, zowel zwart als blank. De plaat werd geboycot door de meeste Amerikaanse platenzaken, omdat er op de plaat openlijk werd gezongen over orale seks, prostitutie, overspel en incest. Toch bracht dit Prince nog meer in de belangstelling van een groter publiek. De daaropvolgende tournee bracht het thema seks nog meer op de voorgrond. Tijdens deze tournee kwam Prince voor het eerst in Nederland. Op 29 mei 1981 speelde hij in het Amsterdamse Paradiso voor enkele honderden mensen.

De eerste tekenen van een commerciële doorbraak in Europa kwamen met het album Controversy, dat uitkwam in oktober 1981. Het titelnummer bereikte voor het eerst de Nederlandse Top 40: het kwam tot nummer 27. Het album liet een volwassener Prince horen, met nummers zoals Ronnie, Talk to Russia en Annie Christian, die Prince voor het eerst van zijn politieke kant lieten zien.

1982-1986: Revolution

Prince in Brussel tijdens de Under the Cherry Moon Tour [of Parade Tour] in 1986
Nadat Prince groepen zoals The Time en Vanity 6 op weg had geholpen met door hem geproduceerde, gecomponeerde en volgespeelde albums, kwam eind oktober 1982 het dubbelalbum 1999 uit. Het album was een combinatie van experimentele funk en voor het eerst echte pop. Ook de kleur paars deed zijn intrede. Het titelnummer werd in de Verenigde Staten net geen top 10 hit. De videoclip van de opvolger Little Red Corvette was een van de eerste videoclips die MTV uitzond van een Afro-Amerikaanse artiest. Door die clip werd Prince door het grote publiek ontdekt en zowel dit nummer als zijn opvolger Delirious kwamen in de Amerikaanse top 10. In België [nummer 8] en Nederland [nummer 13] werd de single 1999 een hit. Met dit alles had Prince zich in vier jaar tijd ontwikkeld van een R&B-artiest, via een underground funk/new-wave-artiest tot een popster.

Na de bijbehorende tournee eind 1982 en in de eerste helft van 1983 werd gitarist Dez Dickerson vervangen door de toen negentienjarige Wendy Melvoin, een jeugdvriendin van toetseniste Lisa Coleman. Vanaf dit moment zou de band bekendstaan als The Revolution. Eerder was er al een hint terug te vinden op de hoes van 1999, waar het in spiegelschrift te lezen viel.

Eind 1983 werd in Minneapolis en omgeving de film Purple Rain opgenomen. Deze semiautobiografische film gaat over een jonge muzikant die, met als achtergrond een alcoholverslaafde vader en zijn jonge liefde, de muzikale strijd aangaat met de lokale band The Time. De film en de bijpassende soundtrack leverden Prince zijn internationale doorbraak als superster op. In juni 1984 wordt het album Purple Rain van Prince and The Revolution uitgebracht met als inleider de single When Doves Cry. Het zou de eerste Amerikaanse nummer 1-hit worden voor Prince [in Nederland haalde het nummer 5, in België haalde het nummer 6]. Van het album werden de eerste paar dagen meer dan een miljoen exemplaren verkocht en de film moest nog uitgebracht worden [27 juli]. Uiteindelijk zouden van het album in de VS tien miljoen exemplaren verkocht worden en vijf miljoen in de rest van de wereld. Het is verreweg Prince’ bestverkochte album, vooral in zijn vaderland. Het album is zijn eerste echte rockalbum, wat er de belangrijkste oorzaak van was dat Purple Rain zo’n gemengd en breed publiek aansprak. Het titelnummer Purple Rain deed het vooral in Europa gigantisch goed met nummer 1-noteringen in vele landen, waaronder Nederland. Ook de singles Let’s Go Crazy [in Nederland op nummer 18, in België op nummer 11] en I Would Die 4 U [nummer 3 in Nederland en nummer 11 in België] zorgden wereldwijd voor toptiennoteringen.

Prince voelde zich overvallen door het succes. Als reactie daarop bracht hij het veel minder commerciële, maar vernieuwende album Around the World in a Day uit in mei 1985, twee maanden na het beëindigen van een uitgebreide Purple Rain Tour. Het was het eerste album dat bij zijn nieuwe platenlabel Paisley Park Records werd uitgebracht. De single Raspberry Beret werd vooral in de VS een hit met een nummer 2-notering in de Billboard Hot 100 [in Nederland op nummer 19, in België op nummer 25]. Het album verkocht ook stukken beter in de VS dan in de rest van wereld, een gevolg van de nasleep van Purple Rain. Het album geeft een knipoog naar de psychedelische tijd van de jaren 60 en 70 en critici vergelijken de plaat met Sgt. Pepper’s Lonely Hearts Club Band van The Beatles, mede vanwege de kleurrijke hoes. Opvallend is het gospelachtige nummer The Ladder, dat Prince samen met zijn vader componeerde.

Prince leverde voor Live Aid het nummer 4 the Tears in Your Eyes aan, dat op het album van USA For Africa terechtkwam. De videoclip werd tijdens de liveconcerten van Live Aid uitgezonden, maar Prince werd bekritiseerd omdat hij niet zelf had opgetreden. Als reactie zong hij in het nummer Hello [B-kant van Pop Life] het volgende: “I tried 2 tell them that I didn’t want 2 sing – But I’d gladly write a song instead – They said OK and everything was cool – Till a camera tried 2 get in my bed”.

In de zomer van 1985 vertrokken Prince en zijn gevolg naar het Franse Nice voor opnamen van zijn volgende film, Under the Cherry Moon. Mary Lambert zou de film oorspronkelijk draaien, maar uiteindelijk regisseerde Prince hem zelf. Dit leverde een voor die tijd gewaagde zwart-witfilm op, ook al was de film in kleur geschoten. Het verhaal gaat over een gigolo genaamd Christopher Tracy die zijn grote liefde vindt in de dochter van een rijke en corrupte Engelsman. De film werd in de zomer van 1986 uitgebracht en werd naast een commerciële ook een artistieke flop. De film won vier Golden Raspberry Awards, waarvan twee voor Prince zelf, een voor slechtste regisseur en een voor slechtste mannelijke hoofdrolspeler. De film werd uitgeroepen tot de slechtste van het jaar [samen met Howard the Duck]. Toch bereikte de film jaren later een cultstatus, door de humor en de vreemde mengeling van de sfeer van de jaren 30, 50 en 80.

De soundtrack van de film, Parade [maart 1986], werd echter wel een groot succes en leverde Prince weer een klassieke hit op, Kiss [in Nederland op nummer 2, in België op nummer 3], alsmede hitjes zoals Girls and Boys [nummer 29 in Nederland, nummer 10 in België] en Mountains [nummer 20 in Nederland, nummer 34 in België]. Opmerkelijk was de afwezigheid van prominent elektrisch gitaarwerk en de aanwezigheid van een retro-, soms ook akoestisch geluid. Nummers zoals Venus De Milo en Sometimes It Snows in April laten Prince van zijn minimalistische en gevoeligste kant zien.

Die zomer kwam Prince voor het eerst sinds de paar concerten in 1981 voor een uitgebreide tournee naar Europa. Sindsdien was Prince duidelijk verknocht aan Europa en verkreeg hij zijn grootste schare fans hier en in Japan. Op 17, 18 en 19 augustus van dat jaar stond hij voor het eerst in de Rotterdamse Ahoy. Wat opviel was dat Prince zijn gitaar nauwelijks beroerde.

Na de Japanse tournee in september 1986 ontbond Prince The Revolution. Een echte reden hiervoor is nooit gegeven, maar het rommelde volgens insiders al een tijdje in de band. Vooral Wendy and Lisa wilden meer artistieke inbreng. Dream Factory is een nooit uitgebracht album van Prince and The Revolution, dat de opvolger zou zijn geworden van Parade.

1987-1989: Sign “☮” the Times – Batman
Binnen een korte periode lukte het Prince om een nieuw dubbelalbum uit te brengen, Sign “☮” the Times [spreek uit als Sign of the Times] [maart 1987]. Dit album wordt door veel liefhebbers en critici als zijn beste plaat beschouwd. Het titelnummer werd vooral buiten de VS een grote hit [in Nederland op nummer 6, in België op 8] en U Got the Look binnen de VS [nummer 17 in Nederland, nummer 14 in België]. Ook klassiekers als If I Was Your Girlfriend, Forever in My Live en het religieuze The Cross zijn noemenswaardig. Naast dit nieuwe album had hij na het uiteenvallen van The Revolution een nieuwe band samengesteld met Sheila E. op de drums. Toetsenist Matt “Dr.” Fink en saxofonist Eric Leeds waren de enig overgebleven vaste bandleden van The Revolution.

De Sign “☮” the Times Tour zou alleen Europa aandoen. Tussen 19 en 22 juni trad Prince voor deze tournee met een grotendeels volledig vernieuwde show op in Stadion Galgenwaard in Utrecht. Omdat de Britse shows niet doorgingen, trad hij ook nog drie keer op in de Rotterdamse Ahoy [26-28 juni] en in het Sportpaleis Antwerpen op 29 juni. Van deze laatste shows werden filmopnamen gemaakt voor de livefilm Sign “☮” the Times. Deze film was vooral voor het Amerikaanse publiek bedoeld en werd geprezen voor de livefragmenten, maar de extra verhaallijn werd door fans en critici als onnodig en storend ervaren.

In december 1987 kwam het bericht dat een nieuw album van Prince was geannuleerd. Het ging om een album zonder titel en zonder vermelding van artiest en met een zwarte hoes, dat vanaf toen The Black Album genoemd werd. Volgens Warner Brothers had het album een kerstverrassing moeten zijn, maar had Prince gehoord dat het was uitgelekt en had daarom het project willen annuleren. Later kwam Prince zelf met de verklaring dat het album veel te donker was en dat het in een neerslachtige periode was gemaakt. Op zijn volgende album en de volgende tournee maakte hij, door middel van een soort mythologisch verhaal, duidelijk dat zijn alter ego Camille de oorzaak van The Black Album was, maar dat die op tijd tot inkeer kwam. Ook dit album wordt gekenmerkt door diepe funk en een hoge seksuele lading. Enkele exemplaren wisten de dans van de vernietiging te ontspringen en zo kwam de bootleg al snel in omloop. Het was waarschijnlijk de meest verkochte bootleg aller tijden en in zijn volgende videoclip [Alphabet St.] staat er verscholen het bericht te lezen; don’t buy the black album, I’m sorry. Het album zou uiteindelijk in 1994 alsnog officieel uitgebracht worden.

Op 10 mei 1988 kwam Prince zijn tiende album uit, Lovesexy. De verwachtingen waren hooggespannen en ook al zou dit album het vooral in de VS commercieel erg slecht doen, artistiek gezien wordt ook dit album door velen als een klassieker beschouwd. De hoes is erg opvallend: deze laat namelijk Prince zien in adamskostuum, zittend in een reusachtige bloem, inclusief stamper. De vraag blijft tot de dag van vandaag onbeantwoord of het onderlijf inderdaad van Prince is. Het album zelf wordt op cd uitgegeven als één enkele track, volgens Prince en zijn platenmaatschappij om mensen te dwingen het album als één geheel te zien. De muziek is een gepolijste, experimentele en misschien wel overgeproduceerde kruising tussen funk en elektronische gospel en blues, met een zware spirituele en religieuze ondertoon. Het moet als de tegenhanger gezien worden van The Black Album. Eén nummer van dit album, de ballade When 2 R in Love, is eveneens op Lovesexy te vinden. Alphabet St. wordt een hit [in Nederland op nummer 5, in België op nummer 9] en samen met het epische nummer Anna Stesia wordt het een liveklassieker. In Nederland bereiken de 2e single Glam Slam en 3e single I Wish U Heaven beiden een top 20 notering.

Aansluitend begonnen Prince en zijn band aan een uitgebreide wereldtournee die tot februari 1989 zou voortduren. De tournee deed eerst Europa aan. Op 17, 18 en 19 augustus speelde Prince live in het Feijenoordstadion te Rotterdam. In de nacht van 18 en 19 augustus zou Nederland voor het eerst kennismaken met een andere hobby van Prince, de aftershow. Hij gaf een twee uur durend geïmproviseerd optreden in het Paard van Troje in Den Haag. De bootleg van dit optreden, getiteld Small Club – 2nd Show That Night, zou een van de bekendste Prince-bootlegs worden. De avond daarna speelde Candy Dulfer een nummer mee tijdens het concert. Op 9 september werd er een extra concert ingelast in de Westfalen Hallen in het Duitse Dortmund. Kaarten hiervoor werden in hoofdzaak in Nederland verkocht. Het concert werd rechtstreeks uitgezonden in heel Europa en later uitgebracht op video. Ruimschoots voordat het concert op video verscheen, was ook hier al een zeer professionele dubbele bootleg-cd van geperst. De maanden hierop zou hij voor het eerst sinds 1985 een volledige tournee geven in de Verenigde Staten, gevolgd door een reeks Japanse concerten in begin 1989.

In maart 1989 verscheen het album Like a Prayer van Madonna, met daarop hun langverwachte duet Lovesong.

In juni 1989 verscheen de soundtrack van de filmhit Batman, Batman Motion Picture Soundtrack. Het leek een duidelijke knieval voor de commercie, waarschijnlijk in verband met de geldverslindende Lovesexy Tour. Prince maakte dankbaar gebruik van dit aanbod, op het eerste gezicht een puur commerciële overweging. Maar zijn liefde voor stripboeken en de jeugdherinneringen aan de oude serie Batman gaven hem het voordeel van de twijfel. Het vooral in de VS goed verkopende album liet weinig indruk achter bij recensenten maar lokt wel veel fans, en de singles Batdance [in Nederland op nummer 4, in België op nummer 5], Partyman [nummer 17 in Nederland, nummer 16 in België] en The Future [nummer 7 in Nederland, nummer 22 in België] werden wereldwijd redelijk grote hits.

1989 was ook het jaar dat Prince veel van zijn medewerkers, waar hij al jaren mee samenwerkte, aan de kant schoof, waaronder zijn beroemde managementteam bestaande uit [Robert] Calvallo, [Joseph] Ruffalo en [Steven] Fargnoli, ook wel bekend als de “Spaghetti Brothers”, en waar hij vanaf het begin van zijn carrière mee had samengewerkt. De reden voor deze “schoonmaak” was complete controle te krijgen over zijn eigen carrière.

Stijl en oeuvre
De muziek van Prince is een mengeling van blanke en zwarte muzikale invloeden, zoals Sly & the Family Stone, James Brown, Jimi Hendrix, Stevie Wonder, Chic, Marvin Gaye, Carlos Santana, Curtis Mayfield en Joni Mitchell. Prince maakte vaak gebruik van zijn kopstem, vooral in de eerste jaren van zijn carrière.

Prince heeft een omvangrijk oeuvre. Tot en met 2015 zijn er onder zijn eigen naam in totaal 48 tot 50 albums uitgebracht: 35 standaardalbums, 3 livealbums, 4 tot 6 compilatiealbums en 6 remix- en alleen via internet te verkrijgen of te beluisteren albums. Daarnaast is Prince een van de meest gebootlegde artiesten. Veel muziekjournalisten beschouwen Dirty Mind, Purple Rain en Sign “☮” the Times als zijn beste drie platen. Deze stonden in vele Top-100-lijsten van de jaren 80. In de jaren 80 had hij een groep genaamd The Revolution, en in de jaren 90 een andere groep genaamd de New Power Generation. Zijn muzikanten behoorden volgens critici tot de besten. Hij werkte ook veel samen met bekende jazzmuzikanten zoals Miles Davis, en ook funkpioniers zoals George Clinton, Larry Graham en Maceo Parker. Naast het opnemen van zijn eigen muziek schreef hij nummers voor of werd gecoverd door vele andere artiesten, zoals Alicia Keys, Sinéad O’Connor, Chaka Khan, Celine Dion, Sheena Easton, Martika, Joe Cocker, Tom Jones, Simple Minds, Kid Creole en The Bangles. Hij was een promotor van nieuwe artiesten, zoals The Time, Apollonia 6 en Sheila E. Prince regisseerde en acteerde in drie films [Under the Cherry Moon, Sign “☮” the Times en Graffiti Bridge] en speelde in de film Purple Rain.

Overlijden
In de ochtend van 21 april 2016 werd Prince op 57-jarige leeftijd dood aangetroffen in een lift van zijn woning in Paisley Park Studios, Chanhassen. Begin juni 2016 werd bekendgemaakt dat hij is overleden aan een onopzettelijke overdosis fentanyl.

 

Bron: Wikipedia [klik hier voor volledige biografie]